De pers over het Leekerbos
In het malse gras geeft een gemaaide baan al aan waar het wandelpad is. Nu is het nieuwe wandelgebied aan het Leekerpad letterlijk nog behoorlijk overzichtelijk, maar over niet al te lange tijd loop je hier tussen gras en bloemenperken (’insectenlinten’) van bijna een halve meter hoog en langs metershoge wilgen- en doornstruiken. Tot genoegen van in elk geval bewoners van de Stijgbeugel, die hier lang voor hebben gestreden.
Mart van den Engh woont al sinds 1984 aan de Stijgbeugel, toen de strook land achter deze huizen nog een fruitboomgaard was. Hij is samen met Jan Schoemaker een van de initiatiefnemers, voor wat met een voorzienende blik alvast het Leekerbos wordt genoemd. Iets minder dan de helft van de 2,5 hectare blijft schapenweide. Een strook van ongeveer 300 bij 50 meter is met hulp van een landschapsarchitect ingericht als het nieuwe wandelgebied. Er zijn in drie grote eivormige vakken zo’n duizend sleedoorn-, meidoorn- en andere ’struweelstruiken’ aangeplant. Een paradijs voor zangvogels. Perken met bloemrijke kruiden als klaproos en margriet, smeerwortel en sint-janskruid zijn straks een walhalla voor bijen, vlinders en andere insecten.
Eerder al, in 2019 en 2020, werden ongeveer evenveel stekken van struiken met wilgen en populieren geplant aan de westkant. Die vormen straks een diervriendelijke ’singel’, die de invloed van de naburige snelweg A7 een beetje kan dempen voor wat betreft uitzicht, geluid en fijnstof.

De schapenweide met op de achtergrond de Stijgbeugel



Baggerdepot
Er zijn op deze plek heel wat ongewenste ontwikkelingen door de bewoners met succes afgewend, zoals een baggerdepot en een 120 meter hoge zendmast. Tot voor kort was het niet ondenkbaar dat hier woningbouw zou komen. Hoorn is tenslotte een gemeente die tegen zijn grenzen aanloopt. „We hebben natuurlijk weinig zin om achter onze huizen woningbouw te krijgen, die dan waarschijnlijk ook gestapeld zal zijn”, zegt Van den Engh eerlijk. Ze kregen gemeenteraadslid Simon Broersma, ’die ook een groen hart heeft’, achter zich. Uiteindelijk heeft hij er als wethouder een klap op kunnen geven. Broersma ziet het project als goed voorbeeld van hoe de gemeente samen met inwoners de Groenvisie wil uitvoeren: het plan om meer groene verbindingen door de stad te krijgen, het bestaande groen beter te gebruiken en de verscheidenheid aan planten en dieren te vergroten.
Meer stad
Ambtenaar Ed Achterberg, adviseur openbare ruimte, heeft de bewoners geholpen dit voor elkaar te krijgen. Hij legt uit dat de gemeente de grond ooit wel heeft aangekocht voor eventuele woningbouw of als ’reservelocatie’ voor bijvoorbeeld de verplaatsing van een sportcomplex, maar dit uiteindelijk hiervoor niet nodig had. De wens om ’meer stad te worden’ zal vooral rond het NS-station bij de binnenstad worden ingevuld. Met de grond bij het Leekerpad gebeurt de komende jaren niets. Daarom werd het initiatief van de bewoners voor een wandelplek in de natuur omarmd en is een bruikleenovereenkomst voor tien jaar gesloten. Achterberg: „Dat heeft als voordeel dat er geen bestemmingsplanprocedure nodig is. Dat kan alsnog, van agrarisch naar groen, als de energie er over tien jaar nog steeds is.”
Vrijwilligers
De omwonenden kunnen dat helemaal zelf waarmaken, want ze gaan het zelf onderhouden. De gemeente heeft de plantvakken aangelegd en gefreesd en op het schapenland wat noten- en appelbomen geplant. Ook zorgt zij structureel voor het maaien van de paden. De initiatiefnemers zijn verantwoordelijk voor klussen als snoeien, bewateren en het weghalen van distels bij het schapenveld. Mart van den Engh en Jan Schoemaker zijn optimistisch over de animo om mee te helpen. Er is een ploegje van vier man en een paar anderen hebben al toegezegd bij te willen springen, ook van verderop uit de Risdam. Hans Timmerman, een van de kundige vrijwilligers van natuurpark MAK-Blokweer die de mensen van het Leekerbos adviseert: „Betrokken wijkbewoners zijn er altijd, dat is een wonder. Bij ons is een kloostertuin, daar zijn zeven mensen elke dinsdagochtend actief.”
