Wat voor boom is dat?
Wat voor boom is dat? Is de titel van een boek dat ik als kind ooit kocht. Omdat ik als tiener graag de naam wilde weten als ik er een tegen zou komen en merkte dat het niet gewoon een eik of een beuk was, dat wist al snel, maar er bleek ook een verschil te bestaan as het een zomer- of een wintereik, om maar wat te noemen.
Hans Timmerman gaat niet zover dat hij op deze pagina haarfijn uit de doeken doet waar elke boom of struik aan te herkennen is, maar weten dat het in het Leekerbos te vinden is, is een begin.
En ik, persoonlijk, vind dat fijn om te weten


Geknotte Schietwilg
Bomen en struiken in het Leekerbosje.
Omdat wilgen en populieren makkelijk te stekken bomen en struiken zijn, zijn we daar bij de aanplant van het Leekerbosje mee begonnen. Beide soorten zijn ook snelle groeiers en zijn thuis in ons natte en winderige klimaat. En, erg belangrijk: Stekken zijn gratis en je hoeft er niet voor te graven.
Wilgen zijn er op de wereld in honderden soorten, maar in het Leekerbosje staan er een stuk of tien: Schietwilg, amandelwilg, bitterwilg, geoorde wilg, kaspische zandwilg, katwilg, duitse dot, amerikaantje en laurierwilg. Alleen de schietwilg wordt een hoge boom, als je hem niet knot. De andere soorten zijn grote struiken. Van de populieren zijn de Canadese populieren het meest robuust. Zij groeien het hardst en ruisen zo lekker in de wind, waarmee ze het geluid van de A7 een beetje verdoezelen. De abeel en de balsempopulier zijn in de minderheid maar mooier dan de Canadese vanwege hun witte en glanzende bladeren.
Zodra je bomen en struiken plant komen er vogels die voedsel zoeken maar ook zaden van andere bomen en struiken achterlaten. Daardoor komen er in de loop van de jaren ook vlieren, lijsterbessen, meidoorns, bramen en eiken in het wilgenbos.
Nadat de stekken geworteld en wel bomen en struiken werden, is in samenwerking met de gemeente Hoorn in het midden van het Leekerbosje een struweelbeplanting aangelegd van voornamelijk besdragende struiken. Liguster, meidoorn, wilde rozen, vogelkers, sleedoorn en gelderse roos zijn soorten die moeten zorgen voor meer variatie en zullen de biodiversiteit vergroten.
